Polarisatie.
Verticale polarisatie:
Horizontale polarisatie:
Polarisatie:
Is afhankelijk van de stand van de zendantennes t.o.v. het aardoppervlak.

Een lage frequentie heeft een lange golflengte dus ook een lange antenne nodig en een verticale antenne van bv. 40 meter (ca. een halve golflengte van 3.7 Mhz) is in de praktijk niet te plaatsen.
(verkorten middels spoelen etc. kan wel maar daarmee zal het nuttig effect afnemen).
Een verticaal gepolariseerde antenne heeft een lage opstralingshoek wat ideaal is voor DX verbindingen m.b.v. reflecties in de ionosfeer.
In de praktijk zullen we meestal een horizontale (draad)antenne gebruiken.

Het nadeel daarvan is dat (ook weer in de praktijk) een horizontale antenne ongeveer 1/4 golflengte boven het grondvlak moet hangen, voor NVIS (Bijna recht omhoog stralende) signalen voor een bereik tot ca. 150km op 40, 80 en 160m is 1/5 golflengte boven het grondvlak aan te bevelen.
Ook die hoogte zullen de meeste zendamateurs in NL niet halen maar de horizontale draad is toch het meest praktisch om toe te passen en ondanks een niet ideale hoogte zal de antenne toch goed kunnen werken.

Een goed werkend compromis is een inverted-V antenne, bv. een dipool in omgekeerde V-vorm.
Een dergelijke antenne heeft zowel eigenschappen van een horizontale- als van een verticale antenne.

Circulaire polarisatie:
Dat is een combinatie van een verticaal en een horizontaal antennegedeelte die ten opzichte van elkaar uit fase worden aangestuurd.
Hierdoor ontstaat een kurketrekker-vormig signaal (circulair)
Figuur 1
Figuur 2
Figuur 3
Figuur 4
Figuur 5
Figuur 6
Figuur 7
jj_01_05_003v