190

In de "voorschriften en beperkingen" wordt onder het zendvermogen van een FM zender verstaan

a   het door de antenne afgegeven gemiddelde hoogfrequent vermogen
b   het vermogen dat als gevolg van de constructie van de eindtrap niet kan worden overschreden
c   het produkt van de voedingsspanning en de gemiddelde stroom toegevoerd aan het deel van de eindtrap waarmee de
     antenne is gekoppeld
d  
het door de direct met de antenne inrichting te koppelen trap van het radio  zendapparaat afgegeven gemiddelde vermogen ,
     gerekend over de periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullunde ( PEP )
H12  Nationale en internationale gebruiksregels     101-200