DATA BASE
Sectie 2
01
http://www.iwab.nu/007_020.html
Een EZB-zender is belast met een kunstantenne [dummy load] en wordt met spraak gemoduleerd
De ingang van een oscillator is aangesloten op deze dummy load
De ingangsgevoeligheid van de oscilloscoop bedraagt 20 V/schaaldeel
De Peak Envelope Power [PEP] bedraagt

a 400 Watt
b 300 Watt
c 100 Watt
d  50 Watt
U max is 100 Volt ...>>> Ueff = 0.707 * Umax = 70.7 V
Ieff = Ueff / R 70.7/50 = 1.41 A
P = [I*I] x R = 2 * 50 = 100W

P = [Ueff*Ueff] /R = 5000/50 = 100W
02
http://www.iwab.nu/007-063.html
Een sinusvormige wisselstroom met een amplitude (Imax) van 10 ampère loopt door een weerstand van 10 ohm.
Het opgenomen vermogen is:

a   1000 W
b  
500 W
c   100 W
d   50 W

10 A = topwaarde

Ieff = 7.07 A

R = 10


P = I2 x R = 7.072 x 10 = 499 Watt
03
http://www.iwab.nu/007_044.html
Deze wisselspanning wordt aangesloten op een weerstand van 10 ohm.
Het opgenomen vermogen is:

a   10 W
b   5 W
c   7.07 W
d   100 W




U max = 10 v
U eff  =  7.07 v

P = (Ueff * Ueff) /  R = 7.072 / 10 = 4.99 W
04
http://www.iwab.nu/jj_01_09_006v_005.html
Een EZB zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100Hz en 1900Hz, van gelijke amplitude).
De meter wijst 71 V aan.
De Peak Envelope Power (PEP) bedraagt:

a   71 W
b   150 W
c   100 W
d   50 W

P = U * I

Ueff= 0.707 * Umax = 50 V

I  = U / R = 50 / 50 = 1 A

P = Ueff * I = 50 * 1  = 50 Watt

P = Ueff2 / R = 502 /50 = 50 Watt

P = I2 * R =  12  * 50 = 50 Watt
-----------------------------------------------------------------------------
71 V is de maximale spanning

Ueff = 0.707 x Umax  =  0.707 x 71 = 50 V

P = U2 / R  =  502 / 50 = 50 Watt
05
http://www.iwab.nu/H8-124.html
Het bepalen van het afgegeven hoogfrequentvermogen van een zender geschiedt door:

a   een absorptiemeter op de zenderuitgang aan te sluiten
b   de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand en de spanning met een draaispoel voltmeter te meten
c   de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand en daarover met een geschikte oscilloscoop de spanning te bepalen
d   de stroom die door een juiste afsluitweerstand loopt te bepalen met een draaispoel ampéremete
06
http://www.iwab.nu/010_003.html
De effctieve waarder van een sinusvormige spanning met een maximale waarde van 10 V

a   6.67 V
b   7.07 V
c   5 V
d   10 V

Ueff = 0.707 x Umax

Ueff = 0.707 x 10  = 7.07 V
07
http://www.iwab.nu/H2_126.html
Het magnetische veld van een mf-spoel veroorzaakt hinder in nabijgelegen componenten.
De beste remedie hiertegen is om deze spoel:

a   in te gieten in kunsthars
b   zonder spatie te wikkelen
c   aan één zijde te aarden
d   te voorzien van een aluminium bus

Een spoel heeft een magnetisch en elektrisch veld
Afschermen magnetisch veld , vaak met een aluminium bus
08
http://www.iwab.nu/jj_01_04_001v_003.html
Het magnetische veld H om een geleider waarin een stroom I loopt, zie je in:

a   tekening A
b   tekening D
c   tekening C
d   tekening B






De richting van de stroom bepaalt de draairichting van het magnetische veld
en staat haaks op het elektrische veld
09
http://www.iwab.nu/jj_01_05_001v_002.html
De elektrische component in elektomagnetische golven:

a   is altijd verticaal gericht
b   is altijd horizontaal gericht
c   kan zowel horizontaal als verticaal gericht zijn
d   bepaalt de richting waarin de elektromagnetische golf zich voortplant

Wordt bepaald door de stand van de straler bij de zender
10
http://www.iwab.nu/jj_01_05_001v_001.html
De polarisatierichting van een radiogolf:

a   wordt in eerste instantie bepaald door de ontvangantenne
b   is altijd evenwijdig aan de aarde
c   is altijd loodrecht op de aarde
d   wordt in eerste instantie bepaald door de zendantenne

Bij het moduleren worden het magnetische en het elektrische veld van info voorzien.
Omdat meestel het elektriche signaal wordt gedecodeerd , wordt dat als polarisatie aangemerkt
11
http://www.iwab.nu/jj_01_05_001v_004.html
De polarisatierichting van een radiogolf:

a   staat ín eerste instantie loodrecht op het stralende element van de zendantenne
b   is in eerste instantie evenwijdig aan het stralende element van de zendantenne
c   is afhankelijk van de antenneversterking
d   is afhankelijk van de hoogte van de zendantenne
12
http://www.iwab.nu/jj_01_05_001v_003.html
De polarisatie van een radiogolf is gedefinieerd als:

a.   de richting van
het magnetisch veld
b.   de hoofdstralingsrichting van de zendantenne
c.   de richting van het elektrisch veld
d.   de opstralingshoek van de zendantenne
13
http://iwab.nu/H6-141.html
De polarisatie van een dipool antenne wordt bepaald door:

a   de hoek van de antenne tov het aardoppervlak
b   de aanpassing van de antenne aan de voedingskabel
c   de lengte van de antenne
d   de hoogte van de antenne tov het aardoppervlak
14
http://www.iwab.nu/H6_095.html
De polarisatierichting van het signaal uitgezonden door een draadantenne wordt bepaalt door:

a   de hoek van de antenne tov het aardoppervlak
b   het aantal golven dat de antenne lang is
c   de aanpassing van de antenne aan de zender
d   de antenne wel of niet symmetrisch te voeden
15
http://www.iwab.nu/H2_120.html
Door de wikkeling van een luchtspoel loopt een gelijkstroom.
Hierdoor ontstaat een magnetisch veld:

a   alleen buiten de spoel
b   zowel binnen als buiten de spoel
c   alleen in de spoel als er een ijzerkern is aangebracht
d   alleen binnen de spoel
16
http://www.iwab.nu/043-002.html
Er loopt gelijkstroom door een geleider.
De richting van het magnetisch veld is juist in:

a.  tekening 2
b.  tekening 3
c.  tekening 4
d.  tekening 1

Rechterhand met de duim in de stroomrichting
de vingers wijzen de richting van het veld aan.



De richting van de stroom bepaalt de draairichting van het magnetische veld
en staat haaks op het elektrische veld
17
http://www.iwab.nu/010-013.html
De effectieve waarde van de spanning is ongeveer:

a   0 V
b   141 V
c   177 V
d   33  V

U toptop = 500 V
Utop = 250 V

Ueff = 0.707 x U max

Ueff = 0.707 x 250 = 177 V
18
http://www.iwab.nu/010-018.html
De effectieve waarde van de spanning is ongeveer:

a   0 V
b   81 V
c   163 V
d   128  V

U toptop = 230 V
Utop = 115 V

Ueff = 0.707 x U max

Ueff = 0.707 x 115 = 81 V
19
http://www.iwab.nu/011-004.html
Een sinusvormige wisselspanning heeft een maximale waarde van 10 volt.
De gemiddelde waarde, gerekend over één periode, is:

a   0 V
b   5 V
c   6.37 V
d   7,07 V

Ugem = 0.64 x Umax

Ugem = 0.64 x 10 = 6.4 V over een halve periode

Over een hele periode is er net zoveel boven 0 als onder 0 ,dus 0
20
http://www.iwab.nu/jj_01_02_003_002.html
De amplitude van een sunusvormuge wisselspanning is gedefinieerd als de

a   topwaarde
b   topwaarde gedeeld door
2
c   top-top waarde
d   topwaarde vermenogvuldigd met
2


de netspanning is 230 V met een topwaarde van 325 V

Eff = top x 0.707 = 325 x 0.707 =230 V
----------------------------------------------------------------------------------

ad a de topwaarde = idd 325 V

ad b Max /
2  = 325 / 2  =  230 V is dus Ueff

ad c   max-max = 650 V

ad d   max x
2 = 325 x 2 = 460 V
21
http://www.iwab.nu/11a-003.html
De amplitude van de wisselspanning is

a  
U1
b   U2
c   T
d   T/2

U1   topwaarde
U2   top-topwaarde
T     periodetijd
22
http://www.iwab.nu/011-002.html
De gemiddelde waarde van de stroom over het tijdsinterval van 0 tot t seconde is:

a   
2/π A
b  
π A
c   0 A
d   1/
π A

Ugem = 0.64 x max
2/
π = 0.64
2/
π x Amax
23
http://www.iwab.nu/015_020.html
De gemiddelde waarde van de stroom over het tijdsinterval van 0 tot π/2 seconde is:

a   πA
b   2/πA
c   πA
d   0A

max = 1A
Igem = 0.64 x Imax = 0,64 x 1 = 0,64A

alleen staat dit antwoord er niet bij maar 0,64A komt overeen met 2/
πA
24
http://www.iwab.nu/010_001.html
Een sinusvormige spanning van 100 Veff heeft op t=0 een nuldoorgang van negatief naar positief
Driekwart periode later is de momentele waarde

a   70.7 V
b   -141.4 V
c   +141.4 V
d   +100 V

Ueff = 0.707 * Umax
Umax = Ueff / 0.707
Umax = 100 / 0.707 = 141.4 V >>> dit is de topwaarde

T=0 ligt aan het begin,immers van neg naar pos
3/4 periode later is de waarde dus max Negatief
25
http://www.iwab.nu/010-011.html
Een sinusvormige wisselspanning heeft een effectieve waarde van 100 volt.
De momentele waarden van deze wisselspanning liggen tussen:

a   -141,4 V en +141,4 V
b   -100 Ven +100 V
c    -70,7 V en +70,7 V
d   0 V en +141,4 V

Ueff = 100 V

Umax = Ueff / 0.707 = 100 / 0.707 = 141.4 V
26
http://www.iwab.nu/010_006.html
Een sinusvormige spanning van 100 Veff heeft op t=0 een nuldoorgang van negatief naar positief
Een kwart periode later is de momentele waarde

a   70.7 V
b   -141.4 V
c   +141.4 V
d   +100 V

Ueff = 0.707 * Umax
Umax = Ueff / 0.707
Umax = 100 / 0.707 = 141.4 V >>> dit is de topwaarde

T=0 ligt aan het begin,immers van neg naar pos
27
http://www.iwab.nu/010-017.html
Een sinusvormige spanning van 100 Veff heeft op t=0 een nuldoorgang van negatief naar positief.
Een halve periode later is de momentele waarde:

a   -141,4 V
b   0  V
c   + 50  V
d   +141,4 V

0 graden
van 0 naar +

90 graden
TOP +
een kwart periode later dan 0

180 graden
0
een kwart periode na 90

270 graden
TOP -
een kwart periode na 180

360 graden
0
een kwart periode na 270
28
http://www.iwab.nu/jj_01_07_003v_001.html
De gelijkspanningcomponent van dit signaal is?

a   3 V
b   6 V
c   2 V
d   4 V

De periodetijd is 20+10 = 30 msec
2/3 gedeelte positief en 1/3 gedeelte nul
per tijdsdeel is dat dus 6/3 =2 V

Gemiddeld hier is 2/3t x 6V = 4 V

2/3  x 6 = 4
29
http://www.iwab.nu/H1-089.html
De gemiddelde waarde van de stroom is:

a 3 A
b 1.165 A
c 0.5 A
d 0.333 A

Deze stroom is asymmetrisch.

De periodetijd           = 60ms

De +top                    =    5A

De –top                     =   -2A

Positief = 2/6 *  5 =   1.666 A

Negatief= 4/6 * -2 =  -1.333 A
30
http://www.iwab.nu/H1-086.html
De gemiddelde waarde van de stroom Is:

a   0 mA
b   4 mA  
c   4V2 mA
d   8 mA

het signaal is er maar de helft van de tijd

8 / 2 =4 A
31
http://www.iwab.nu/016-007.html
De gemiddelde waarde van de stroom is:

a   6 A
b   3 A
c   2 A
d   1

Het signaal is maar 1/3de van de tijd aanwezig
6a / 3 = 2A
32
http://www.iwab.nu/jj_01_02_002_003.html
De gemiddelde waarde van de stroom | bedraagt:

a   1,5 A
b   0,5 A
c   0,707 A
d   1 A

De gemiddelde wisselsstroom = 0
Er is een stroom van 1A waar een rimpel op staat
33
http://www.iwab.nu/H8_055.html
De gemiddelde stroom door de amperemeter is

a   0.8 A
b   1.14 A
c   1.2 A
d   1 A

Wanneer U-wisselt van  + naar _ zo ook de wisselstroom
Deze doet niet mee
I = U/R = 5/5 = 1A
34
http://www.iwab.nu/H1_059.html
Een sinusvormig signaal is opgeteld bij een gelijkspanning.
De gelijkspanning bedraagt:

a   10 V
b   6,37 V
c   7.07 V
d   5 V

De nul-lijn van de sinus zit op 5 volt
35
http://www.iwab.nu/H8_095.html
De gemiddelde waarde van de stroom is:

a   8 mA
b   0 mA
c   4 mA
d   4 Ѵ2 mA

De *nullijn* zit op 4 V
36
http://www.iwab.nu/H1-081.html
Een symmetrisch blokvormig signaal heeft een grondfrequentie van 1500 Hz.
Het signaal bevat de volgende frequenties:

a   500 Hz, 1000 Hz, 1500 Hz en hoger
b   3000 Hz, 4500 Hz, 6000 Hz en hoger
c   1500 Hz, 4500 Hz, 7500 Hz en hoger
d   750 Hz, 1500 Hz, 3000 Hz en hoger

Harmonischen zijn even en oneven veelvouden van de grondfrequentie.
De belangrijkste zijn de oneven harmonishen.
Een blokgolf bevat de oneven harmonischen.
38
http://www.iwab.nu/jj_01_07_004_001.html
Een symmetrische blokvormig signaal, met een grondfrequentie van 1 khz, bevat onder meer de volgende harmonischen:

a   2000 Hz, 3000 Hz en 4000 Hz
b   3000 Hz, 5000 Hz en 7000 Hz
c   500 Hz, 1000 Hz en 2000 Hz
d   100 Hz. 300 Hz en 900 Hz

Altijd een veelvoud en dan de 3de 5de 7de
37
http://www.iwab.nu/jj_01_07_004_007.html
Een symmetrische blokvormig signaal, met een grondfrequentie van 1000 Hz, bevat naast de grondfrequentiie
onder ander de volgende harmonischen:

a   100 Hz
b   500 Hz
c   3000 Hz
d   4000 Hz

Een blokgolf bevat de oneven harmonischen.
40
http://www.iwab.nu/033_016.html
Een zender werkt op 145 MHz.
De eerste harmonische hiervan is:

a   217.5 MHz
b   290 MHz
c   145 MHz
d   72.5 MHz

De eerste harmonische is de start zelf.
De 2de is 290 Mhz
De 3de is 435 Mhz   enz
39
http://www.iwab.nu/jj_01_07_004_002.html
Een zender werkt op 145 MHz.
De tweede harmonische hiervan is:

a   290 Mhz
b   72.5 Mhz
c   217.5 Mhz
d   145 Mhz

Altijd een veelvoud van f1
41
http://www.iwab.nu/jj_01_07_004_003.html
In een circuit loopt een wisselstroom bestaande uit een grondgolf en zijn derde harmonische.
Welke grafische voorstelling van de totale stroom past hierbij?

a   tekening 4
b   tekening 3
c   tekening 1
d   tekening 2

4
Som van de f1 + f3
42
http://www.iwab.nu/014_033.html
De golflengte van de derde harmonisch van een 10 Mhz signaal

a   3.3 m
b   90 m
c   30 m
d  10 m

derde harmonische van 10 Mhz = 30 Mhz

f = 300 / ʎ    ʎ = f / 300  = 300 / 30 = 10 m
43
http://www.iwab.nu/H5_068.html
Het uitgezonden signaal van een morsetelegrafiezender wordt zichtbaar op een oscilloscoop.
Het signaal met de minste sleutelkliks is weergegeven in:

a   1
b   2
c   4
d   3









Bij steile flanken zijn er meer harmonischen
Bij minder steile flanken  zijn er minder harmonischen
44
http://www.iwab.nu/H5-130.html

Van twee morsetelegrafiezenders (A1A) zijn de hoogfrequent uitgangssignalen weergegeven
Wat is juist ?

a   signaal 1 heeft een grotere bandbreedte dan signaal 2
b   signaal 1 heeft een kleinere bandbreedte dan signaal 2
c   signaal 1 heeft dezelfde bandbreedte dan signaal 2
d   er kan geen conclusie over het verschil van bandbreedte worden getrokken

Signaal 2 heeft door zijn vloeiende overgangen een hleiner bandbreedte
45
http://www.iwab.nu/015-021.html
De frequentie is:

a   2,5 Hz
b   1 Hz
c   50 Hz
d   5 Hz

f = p / s     2.5 in  1 Sec

f = 1 / t        1 / 0.4 = 2.5

f = p / t      2.5 / 1 = 2.5
46
http://www.iwab.nu/048-025.html
de spanning is in tegenfase met de stroom in

a   afbeelding 3
b   afbeelding 4
c   afbeelding 2
d   afbeelding 1
47
http://www.iwab.nu/048-023.html
De spanning is in fase met de stroom in figuur:

a   afbeelding 3
b   afbeelding 4
c   afbeelding 2
d   afbeelding 1
48
http://www.iwab.nu/048-024.html
De spanning loopt 90° voor op de stroom in figuur:

a   afbeelding 3
b   afbeelding 4
c   afbeelding 2
d   afbeelding 1
49
http://www.iwab.nu/048-026.html
De spanning loopt 90° na op de stroom in figuur:

a   afbeelding A
b   afbeelding B
c   afbeelding C
d   afbeelding D
50
http://www.iwab.nu/016-003.html
Een zender en ontvanger zijn 300 km van elkaar verwijderd.
Wat is de kortste tijd waarin het zendersignaal de ontvanger kan bereiken?

a   0,1 milliseconde
b   1 milliseconde
c   10 milliseconde
d   0,01 milliseconde

f = 300 / λ     λ = 300 / f

300 / t = distance     300/distance = t

distance = 300 Km = 300.000 m

300 /  distance = 300 / 300exp3 = 1msec
51
http://www.iwab.nu/015-022.html
De periodeduur van een golfvorm bedraagt 2 milliseconde.
De frequentie is dan:

a   500 Hz
b   200 Hz
c   2 Hz
d   50 kHz


f = 1/ t     1 / 2exp-3 = 500 Hz
52
http://www.iwab.nu/015_009.html
Als van een wisselspanning de tijdsduur van één periode 0,008 seconde bedraagt,is de frequentie:

a. 7500 Hz
b. 125 Hz
c. 0,008 Hz
d. 0,48 Hz


f = p / s    1/0.008=125 Hz
53
http://www.iwab.nu/015_010.html
De duur van één periode is:

a   t1
b   t2
c  t3
d   t3 – t1

t1 = halve periode
t3 = hele periode
54
http://www.iwab.nu/014_006.html
De frequentie van een wisselspanning bedraagd 100Hz
Het aantal perioden dat in 5 minuten verloopt is

a   20
b   30000
c   1200
d   500


Hoeveel perioden hebben we dan in 5 minuten gehad?
5 minuten is 5*60sec = 300 sec
300*100Hz = 30000Hz
55
http://www.iwab.nu/015_018.html
Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500 Khz.
Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt:

a   1750000
b   7000000
c   825000
d   3500000

Elke periode gaat 2* door de nul
3500 Khz = 3500000 perioden
Dit *2 = 700000 * door nul
56
http://www.iwab.nu/015_003.html
Van een wisselstroom wijzigt de stroomrichting 3.500.000 maal per seconde van richting:
De frequentie bedraagt:

a   7000 Khz
b   3500 Khz
c   1750 Khz
d   825 Khz

elke sinus gaat 2 keer door de nul
dus
3.500.000 /2
1750000Hz  =  1750 Khz  =   1.75 Mhz
57
http://www.iwab.nu/016-004.html
De golflengte van een signaal wordt bepaald door:

a   de amplitude en de frequentie
b   de frequentie en de voortplantingssnelheid
c   de frequentie en de periodeduur
d   de amplitude en de voortplantingssnelheid

f = 300 / λ     λ = 300 / f
58
http://www.iwab.nu/014_008.html
De voorplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 Km/s
In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter

a   125 Mhz
b   125 Khz
c   150 Khz
d   150 Mhz


Het magische getal voor de zendamateur = 300   f =300/λ  en λ = 300 /f

Hier is het getal 300 vervangen door 250
dus hier geldt : f = 250/λ   en geeft 250/2 =125 Mhz
59
http://www.iwab.nu/015_012.html
De frequentie van een radiogolf is 3 Ghz.
Wat is de golfllengte?

a   1 m
b   0.01 m
c   0.1 m
d   10 m

300 het "magische" getal van de zendamateur

300 / ʎ = f

300 / f = ʎ

300 / Mhz = m

300/3000=0.1 m
60
http://www.iwab.nu/N-01-03-002-vr-011.html
Elektromagnetische golven planten zich in de vrije ruimte voort met een snelheid van ongeveer:

a   300.000 km/h
b   300.000 km/s
c   50.000 km/s
d   1000 Km/h

300.000 km/s
zo komen we op 300 het "magische" getal van de zendamateur
61
http://www.iwab.nu/014-018.html
Radiozendamateurs met een F vergunning mogen CW verbindingen maken op 135.7-137.8 Khz.
Dit is een golflengte van ongeveer:

a   22 meter
b   220 meter
c   2.2 Km
d   22 Km

300 / f = ʎ
300 / 0.136 Mhz = 2.2 Km
62
http://www.iwab.nu/040-006.html
De eenheid "volt per meter" behoort bij:

a. frequentie
b. golflengte
c. veldsterkte
d. voortplantingssnelheid
63
http://www.iwab.nu/jj_02_02_004_v_009.html
Van een luchtcondensator is de plaatafstand 2 mm.
De spanning tussen de platen is 6 volt.
De elektrische veldsterkte tussen de platen is:

A. 3000 V/m
B. 300 V/m
C. 120 V/m
D. 30 V/m

1 meter = 1000 mm

2 mm = 6 V

1000 / 2 = 500 keer groter

500 x 6 = 3000 V/m
64
http://www.iwab.nu/jj_02_02_004_v_007.html
Van een luchtcondensator is de plaatafstand 2 mm.
De elektrische veldsterkte tussen de platen is 300 V/m.
De spanning tussen de platen is:

A. 150 V
B. 60 V
C. 1,5 V
D. 0,6 V

1 meter = 1000 mm

2 mm = 1000 / 2 = 500 keer kleiner

300V / 500 =0,6V
65
http://www.iwab.nu/037-022.html
Om een audiotransformator wordt soms een weekijzeren afschermbus geplaatst.
Het weekijzer:

a   verstrooit het magnetisch veld
b   reflecteert het magnetisch veld
c   is een geleider voor het magnetisch veld
d   schermt wel het elektrisch, maar niet het magnetisch veld af

Weekijzer is een goede geleider voor magnetische velden.
66
http://www.iwab.nu/H1_061.html
De spanning U heeft een frequentie van 1 Mhz.
Om spoel Y af te schermen van het magnetische veld van spoel X dient men:

a   een ijzerkern aan te brengen in de spoel X
b   een ijzerkern aan te brengen in beide spoelen
c   spoel X in een koperen buis te plaatsen
d   een koperkern aan te brengen in spoel

Een ijzerkern in de spoel verhoogt de zelfinductie
koper en aluminium isoleren een magnetisch veld
67
http://iwab.nu/H1-109.html
Om een magnetisch veld af te schermen, gebruikt men materiaal met een :

a   lage diëlektrische constante
b   lage permeabiliteit
c   hoge diëlektrische constante
d   hoge permeabiliteit

o
m magnetische koppelingen te voorkomen gebruikt men koper of aluminium
68
http://www.iwab.nu/H1_002.html
De ontvangst van 2-metersignalen in een betonnen gebouw is slechter dan daarbuiten, omdat

a   het beton radiogolven niet doorlaat
b   het betonijzer een min of meer gesloten ruimte vormt
c   het betonijzer geaard is
d   beton een slechte geleider is

Het betonijzer maakt de Kooi van Faraday
69
http://www.iwab.nu/jj_01_03_002_004.html
Afscherminng tegen elektrische velden kan worden bereikt door toepassing van

a   een LC-kring in resonantie
b   een geaarde metalen plaat
c   een spoel naar aarde
d   een ontloppen kondensator
70
http://www.iwab.nu/jj_01_03_002_003.html
Om het elektrische veld tussen twee geleiders af te schermen van de omgeving dient men:

A. één van de geleiders te aarden
B. tussen de geleiders een condensator aan te brengen
C. om beide geleiders samen een omhulsel van metaal aan te brengen
D. om beide geleiders samen een omhulsel van een isolerende stof aan te brengen
71
http://www.iwab.nu/011-003.html
De momentele waarde van een sinusvormige wisselspanning is per definitie:

a   de waarde van die spanning op een bepaald tijdstip
b   2 maal de maximale waarde
c   2 maal de effectieve waarde
d   3 maal de effectieve waarde