DATA BASE
Sectie 20
01
http://www.iwab.nu/jj_06_03_001v_014.html
Een transmissielijn dient voor

a   de antenneweerstand te verlagen
b   de juiste aanpassing tussen de antenne en de zender te verkrijgen
c   hoogfrequent energie over te dragen
d   de antenneweerstand te verhogen

c

-
02
http://www.iwab.nu/jj_06_03_001v_012.html
Een open voedingslijn naar een zendantenne dient zelf zo weinig mogelijk te stralen.
De straling van een open voedingslijn kan worden verminderd door:

a   de draden dikker te maken
b   de afstand tussen de draden groter te maken
c   de draden van beter geleidend materiaal te maken
d   de afstand tussen de draden kleiner te maken

d

-
03
http://www.iwab.nu/H6_060.html
De karakteristieke impedantie van een open voedingslijn met parallelle geleiders hangt af van de:

a   de afstand tussen de draden en de draaddikte
b   afstand tussen de draden en de lijnlengte
c   frequentie van het signaal en de lijnlengte
d   de frequentie van het signaal en de draaddikte van de geleiders

a

-
04
http://www.iwab.nu/H6_018.html
Een halvegolf gevouwen dipoolantenne voor de 40-meterband wordt gevoed door een lintlijn met een karakteristieke impedantie van 300 Ohm
De lengte van deze voedingslijn

a   moet een oneven aantal kwartgolf-lengten bedragen
b   mag ieder willekeurige lengte hebben
c   moet precies 20 meter zijn
d   moet een even aantal halvegolf-lengten bedragen

b

-
05
http://www.iwab.nu/H8_063.html
De juiste impedantie-aanpassing van een antennesysteem wordt gecontroleerd met een:

a   veldsterktemeter
b   staandegolfmeter
c   ampèremeter
d   ohmmeter

b

-
06
http://www.iwab.nu/060-017.html
Om te bereiken dat de staandegolf verhouding op de voedingslijn van de zendantenne zo laag mogelijk is, dient:

a   als voedingslijn een coax kabel gebruikt te worden
b   een juiste aanpassing tussen de zender en de voedingslijn te worden gemaakt
c   een juiste aanpassing tussen de antenne en de voedingslijn te worden gemaakt
d   de lengte van de voedingslijn zo kort mogelijk te zijn

c

-
07
http://www.iwab.nu/H6_070.html
Een halve golf gevouwen dipool wordt gevoed door een 300 ohm lintlijn.
De staandegolfverhouding in de voedingslijn bij de zender bedraagt ongeveer:

a   2
b   1
c   4
d   8

b   Een halve golf gevouwen dipool wordt = 300 ohm
De lintkabel ook

-
08
http://www.iwab.nu/060_005.html
Een staandegolfmeter voor 50
is aangesloten tussen een zendontvanger en een 50 coaxiale kabel met antenne.
De aanwijzing is 1:
Dit betekent dat:

a   uitgangsimpedantie van de zendontvanger 50
is
b   voor/achter-verhouding van de antenne goed is
c   demping van de kabel minimaal is
d   antenne aangepast is aan de kabel

d

-
09
http://www.iwab.nu/H6_007.html
Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is

a   beveilliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad
b   optimale belasting van de zender
c   meten van de staandegolfverhouding in de antennekabel
d   vermindering van de terugwerking op de zenderfrequentie

b
Antenne aanpassingseenheid:
Een antennetuner zorgt ervoor dat het stuk voedingslijn tussen zender en antenne-tuner goed afgestemd is.
Zo zorg je er in ieder geval voor dat je zender een juiste aanpassing ziet.
Hierdoor geeft hij geen onnodige stoorsignalen af, regelt hij niet terug en gaat ook niet door een misaanpassing kapot.
Een goed afgestelde antenne tuner past de impedantie van de aangekoppelde antenne dusdanig aan, dan de zender een impedantie van 50 ohm ziet.
Verder past de tuner de reactantie van de antenne aan, zodat deze voor de zender de juiste lengte lijkt te hebben.
Beide gebeuren overigens tegelijk.

De antennetuner plaats je zo dicht mogelijk bij de antenne.

-
10
http://www.iwab.nu/N-03-02-005-vr-005.html
Het deel van een EZB-station dat zou kunnen bijdragen aan de onderdrukking van hogere harmonischen in het uitgangssignaal is:

a   de staandegolfmeter
b   de antenne aanpassingseenheid
c   het EZB-filter

Als eerste denk je dan aan een low-pass-filter , maar staat er niet bij

a   dit doet niets tav harmonischen
b  met dit kun je de antenne afstemmen, zodat dle minder signaal terug krijgt
c  EZB weg filteren? of juist door laten gaan? inclusief alle harmonische

b

-
11
http://www.iwab.nu/jj_06_03_003v_009.html
Een zender is via een antenne aanpassingseenheid en een kabel met de antenne verbonden.
Door een juiste instelling van de antenne-aanpassingseenheid wordt:

a.de combinatie van tuner, kabel en antenne aangepast aan de zender
b.alleen de antenne in resonantie gebracht
c.alleen de kabel in resonantie gebracht
d.de staandegolfverhouding op de kabel naar de antenne afgeregeld

a

-
12
http://www.iwab.nu/H6-116.html
De staandegolf verhouding in een antennekabel wordt bepaald door:

a   de som van het afgegeven vermogen van de zender en het aan de antenne toegevoerde vermogen
b   het afgegeven vermogen van de zender min het vermogen toegevoerd aan de antenne
c   de mate waarin de zendantenne-impedantie afwijkt van de karakteristieke impedantie van de kabel
d   het aan de antenne toegevoerde vermogen gedeeld door het afgegeven vermogen van de zender

c

-
13
http://www.iwab.nu/H6_054.html
Een voordeel van een open voedingslijn ten opzichte van een coaxiale kabel is dat bij de open lijn:

a. er geen staande golven kunnen optreden
b. de verliezen lager zijn
c. de karakteristieke impedantie (golfweerstand) lager is
d. de lijn minder straalt

b   Een open lijn heft nagenoeg geen verlies, in tegenstelling van coax, die heeft een demping per meter

-
14
http://www.iwab.nu/H6_049.html
Het voordeel van een coaxiale kabel tov een open voedingslijn is dat bij de coaxiale kabel:

a   de karakteristieke impedantie (golfweerstand) hoger is
b   de kabel minder straalt
c   er geen staande golven kunnen optreden
d   de verliezen lager zijn

b

-
15
http://www.iwab.nu/jj_06_03_001v_005.html
In vergelijking met een open voedingslijn geldt dat bij een coaxiale kabel:

a   de karakteristieke impedantie in het algemeen lager is
b   de kabel symmetrisch
c   er geen staande golven kunnen optreden
d   de verliezen in het algemeen lager zijn

a
COAX 50 75 Ohm
Voedingslijn 300 450 Ohm

-
16
http://www.iwab.nu/059-010.html
De werkelijke lengte van een coaxiale kabel id korter dan de elektrische lengte omdat

a   de karakteristieke impedantie laag is
b    er buiten de kabel geen veld ontstaat
c   er huideffect optreedt
d   de voortplantiengssnelheid in coaxiale kabel lager is dan in  lucht

d

-
17
http://www.iwab.nu/059_004.html
De verkortingsfactor van een coaxiale kabel is afhankelijk van:

a. de staandegolfverhouding
b. het diëlektricum
c. de toegepaste frequentie
d. de lengte van de kabel

Ja inderdaad, welk soort materiaal en dikte gebruik je??

-
18
http://www.iwab.nu/059-011.html
De golflengte van een elektromagnetisch verschijnsel in een voedingslijn is  altijd kleiner dan in lucht.
Hierbij speelt vooral een rol

a   de staandegolfverhouding
b   het dielectricum
c   de toegepaste frequentie
d   de lengte van de kabel


b

-
19
http://www.iwab.nu/H6-190.html
De verliezen in een coaxiale kabel

a   nemen toe bij toenemende frequenties
b   nemen af bij toenemende frequenties
c   zijn onafhankelijk van de frequentie
d   nemen af bij hogere frequenties

a

-
Dubbelklik om deze tekst te bewerken
20
http://www.iwab.nu/H6_011.html
Voor de koppeling van de zender met de antenne wordt vaak coax kabel gebruikt
Een belangrijke reden hiervoor is

a   afscherming tegen ongewenste straling
b   goede staandegolfverhouding
c   lage demping

a   en makkelijk....

-
21
http://www.iwab.nu/H6_025.html025
De verkortingsfactor is er bij een stuk coaxiale kabel de oorzaak van dat de verhouding
werkelijke lengte/elektrische lengte [lengten in dezelfde eenheid uitgedrukt]

a   groter is dan 1
b   gelijk is aan 1
c   kleiner is dan 1
d   afhankelijk is van de kabeldemping

c
stel 1/1 golf voor 70.5 Mhz
300/70.5 =425 cm = elektrische lengte
de verkortingsfactor is 0.98
De lengtte wordt 0.98*425 = 416cm = werkelijke lengte

416/425 =0.98 dus kleinder dan 1

-
22
http://www.iwab.nu/059-012.html
De verkortingsfactor van gangbare coaxkabel is

a   0.35
b   0.17
c   1.4
d   0.7

d

-
http://www.iwab.nu/059-012.html
 
23
http://www.iwab.nu/H6-114.html
De karakteristieke impedantie (golfweerstand) van een coaxkabel wordt bepaald door:

a   de doorsnede van de binnen-geleider en de afstand van de binnen-geleider tot de mantel
b   het materiaal van de mantel
c   de afsluitimpedantie
d   de lengte

a

-
24
http://www.iwab.nu/jj_06_03_001v_007.html
De coaxiale antennekabel van een 2meter zender dient zo kort mogelijk te zijn ivm de:

a   aanpassing van de antenne aan de kabel
b   verliezen in de kabel
c   aanpassing van de kabel aan de zender
d   optimale staandegolfverhouding

b   Er is sprake van kabeldemping per meter

demping = Db/m

-
25
http://www.iwab.nu/H6-178.html
De meest toegepaste coaxiale kabel tussen de zendontvanger en de antenne heeft een karakteristieke impedantie van:

a   50 ohm
b   100 ohm
c   300 ohm
d   600 ohm

a

-
26
http://www.iwab.nu/H6-191.html
De karakteristike impedantie van een coaxiale kabel is afhankelijk van

a   de materiaaldikte van de buitengeleider
b   de binnendiameter van de buitengeleider
c   het dielectricum tussen de binnen- en buitengeleider
d   de buitendiameter van de binnengeleider

a?

-
27
http://www.iwab.nu/H6_061.html
De karakteristieke impedantie van een stuk voedingslijn van 20 meter lang is 52 Ohm.
Wanneer er 10 meter wordt afgeknipt, is de karakteristieke impedantie:

a   13

b   104

c   52

d   26


c
Lengte bepaalt niet de impedantie van een voedingslijn en/of coaxkabel.
Bij een voedingslijn (met parallelle geleiders) is impedantie afhankelijk van de afstand en dikte van de draden.
Bij een coaxkabel is impedantie afhankelijk van de doorsnede van de binnengeleider en de afstand tot de mantel.

-
28
http://www.iwab.nu/H6-192.html
Een hoog opgehangen halve golf gevouwen dipool voor de 20 meter band wordt gevoed door een lintlijn met een karakteristieke impedantie van 300 ohm
De lengte van deze voedingslijn

a   moet precies 20 meter zijn
b   moet een aantal kwartgolf lengten hebben
c   mag iedere willekeurige lengte hebben
d   moet een aantal havegolf lengten hebben

c

-
29
http://www.iwab.nu/H6_018.html
Een halvegolf gevouwen dipoolantenne voor de 40-meterband wordt gevoed door een lintlijn met een karakteristieke impedantie van 300 Ohm
De lengte van deze voedingslijn

a   moet een oneven aantal kwartgolf-lengten bedragen
b   mag ieder willekeurige lengte hebben
c   moet precies 20 meter zijn
d   moet een even aantal halvegolf-lengten bedragen

b

-
30
http://www.iwab.nu/H8_047.html
De meest gebruikte impedantie van kunstantennes voor VHF is:

a. 100

b. 25

c. 300

d. 50


d

-
31
http://www.iwab.nu/059_005.html
Een coaxiale kabel heeft een werkelijke lengte van 8 meter.
De verkortingsfactor is 0,8.
Bij een frequentie van 150 MHz is de elektrische lengte:

A. 2 golflengten
B. 3,2 golflengten
C. 5 golflengten
D. 10 golflengten

c
Voor 2 meter (150 MHz.) is de elektrische lengte bij een VK (verkortingsfactor) van 0,8 gelijk aan:
2 x 0,8 = 1,6 meter i.p.v. 2 meter.
Als een kabel een lengte heeft van 8 meter, dan passen er 8 /1,6 = 5 golflengten in de lengten.

-
32
http://www.iwab.nu/H6-193.html
Een open ( niet kortgesloten ) stuk coaxiale kabel met een verkortingsfactor van 0.7 gedraagt zich
op 144Mhz als een seriekring in reonmantie
De met een meetlat gemeten lengte van bedraagt ongeveer

a   35 cm
b   52 cm
c   74 cm
d   144 cm

a
een kwartgolf = 20 / 2 = 50 cm
50 x 0.7 = 35 cm

-
33
http://www.iwab.nu/059-013.html
Om de verkortingsfactor van een coaxiale kabel te bepalen wordt een stuk van 0.5 meter lengte aan het eind kortgesloten.
Met een dipmeter wordt vastgesteld dat de eerste parallel resonantie optreedt bij 120 Mhz.
De verkortingsfactor van de kabel is

a   0.97
b   0.7
c   0.8
d   0.67

120 Mhz = 300/120 = 2.5 meter band
voor een 1/4 golf = dat 2.5/4 = 0.625 m
v = 50cm / 62.5cm = 0.8

0.5 cm is kwartgolf , dus 2 meter
λ = [300 / f] x v
-
v = λ / (300 / f )
v = 2  / 205 - 0.8

-
34
http://www.iwab.nu/H6-194.html
De karakteristieke impedantie van de voedingslijn is 50 ohm
De ingangsimpedantie Z is

a   25 ohm
b   zeer hoog
c   50 ohm
d   100 ohm

b

-
35
http://www.iwab.nu/jj_06_03_003v_010.html
Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.
Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator.
De transformator wordt gemaakt met coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van:

a   72 ohm
b   100 ohm
c   60 ohm
d   50 ohm

Formule

Zk = Zin x Zuit

Onthouden: Het kwadraat van een ¼ λ kabel gedeeld door de in- of uitgangsimpedantie!

Zk =
Zin x Zuit
Zk =
50 x 72
Zk =
3600 = 60 Ω

-
36
http://www.iwab.nu/H6_050.html
De karakteristieke impedantie (Zc) van de coaxiale kabel is 50 Ohm.
Zi is ongeveer:

a   60 ohm  
b   50 ohm
c   75 ohm
d   33 ohm

d
Uitleg:

Het kwadraat van een ¼ λ kabel gedeeld door de in- of uitgangsimpedantie!

Formule
Zk = Zin x Zuit

Zk =
Zin x Zuit ==> Zin = Zk² / Zuit = 50² / 75 = 33 Ω

-
37
http://www.iwab.nu/H6-195.html
Een open -niet kortgesloten- stuk coaxkabel kan gebruikt worden als parallel resonantiekrig indien de met een meetlat gemeten lengte

a   ongeveer 30% korter is dan eenhalvegolflengte
b   een kwartgolflengte lang is
c   ongeveer 30% langer is dan een halvegolflngte
d   een kwartgolflengte lang is

a
kwartgolf = laag-hoog
                  hoog-laag
havegolf = laag-laag
                  hoog-hoog

halvegolf x v = a

-
38
http://www.iwab.nu/H6_082.html
Een voedingslijn met een elektrische lengte van ¼ golflente is aan het einde kortgesloten.
De ingangsimpedantie Zi is ongeveer:

a   zeer laag
b   12.5 Ohm
c   zeer hoog
d   50 Ohm

c

-
39
http://www.iwab.nu/060_010.html
De coaxkabels hebben een karakteristieke impedantie van 70 Ohm.
De elektrische lengte is aangegeven.
De zenders moeten met 50 Ohm worden belast.
Aanpassing wordt verkregen:

a  1 en 2
b   2
c   geen
d   1

b
Een coax kabel van precies een halve golflengte laat aan de ingang de belasting aan de uitgang zien.

Fig 1 = alleen een kwart golf

Fig 2 = een halve golf

-
40
http://www.iwab.nu/H6_046.html
Twee stukken coaxkabel met een elektrische lengte van elk 0.25ʎ en een karakteristieke impedantie van 70
zijn in serie geschakeld.
De staandegolfmeter (SGM), welke is gemaakt voor 50
, geeft een sgm aan van ongeveer:

a   2.8
b   1
c   2
d   1.4

c
SGM= RL/Rz

Rlast = 100

Rz = zender 50


SGM =100 / 50 = 2

-
41
http://www.iwab.nu/H6_055.html
Van elke coaxkabel is de karakteristieke impedantie en de elektrische lengte gegeven.
De staandegolfmeter (SGM), welke is gemaakt voor 50
, geeft ongeveer aan:

a. 1,0
b. 0,7
c. 1,4
d. 2,0

a
En 1/2 golf blijft laag  -  laag
                  of    hoog  -  hoog

SGM = Zk / ZL

SGM meet de waarde van de rechterkabel (Zk) =IN= en de afsluitweerstand (ZL) =UIT=

SWR = Zuit/Zin = 50/50 = 1

-
42
http://www.iwab.nu/060-025.html
De staandegolf-meter is gemaakt voor 50
.
De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.
Er is nu een staandegolf-verhouding van 1 bereikt in:

a   kabel 1 en kabel 2
b   alleen kabel 1
c   alleen kabel 2
d   geen van beide kabels

c

-
43
http://www.iwab.nu/060-020.html
De staandegolfmeter is gemaakt voor een impedantie van 50
.
De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.
Er is nu een staandegolfverhouding van 1 in:

a   kabel 1 en kabel 2
b   alleen kabel 1
c   alleen kabel 2
d   geen van beide kabels

a
Kabel 1                  50 Ohm
SGM                     50 Ohm        dus tot de ATU is alles al 1:1
Kabel 2                 70 Ohm
RL                        70 Ohm        dus kabel 2 is op zich ook 1:1 met RL
De ATU maakt de 70 Ohm naar de 50 Ohm
Dus past kabel 2 aan op kabel 1

-
44 = 45
http://www.iwab.nu/H8_051.html
De staandegolfmeter (SWR) is gemaakt voor een impedantie van 50
.
De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter 1 aanwijst.
Er is nu een staandegolfverhouding van 1 bereikt in:

a   alleen kabel 1
b   kabel 1 en kabel 2
c   alleen kabel 2
d   niet in de kabels

a
Staande-golfverhouding bepaalt de mate waarin de zendantenne impedantie afwijkt van de karakteristieke kabelimpedantie.
SWR waarde is de verhouding tussen Zuit en Zin

Kabel 1:
Ziet de zender met 50Ω, een kabel van 50Ω en de ingang van de SGM is ook 50Ω
SWR = Zin/Zuit = 50/50 = 1

Kabel 2:
Hierbij regelt de ATU de impedantie van Zin gelijk aan wat hij ziet en zal dus 70Ω worden.
SWR = Zin / Zuit = 70/50 =1,4

-
46
http://www.iwab.nu/060_003.html
Een staandegolfmeter [SGM] voor 70 Ohm is opgenomen in een antennekabel van 70 Ohm
Bij welke afsluitimpedantie wijst de meter 1 aan?

a   niet afgesloten
b   kortgesloten
c   70 Ohm           
d   50 Ohm

c
SGM= RL/Rz   = 70/70 =1

-
47
http://www.iwab.nu/jj_06_02_002v_002.html
In welke figuur is de aanpassing bij de halve golf antenne juist?

a   figuur 1
b   figuur 2
c   figuur 3
d   figuur 4

d
1 = voedingslijn 300 en antenne ook 300
      dus 1op1
2 = voedingslijn 75 en antenne 300
      dus 1op 4
3 = voedingslijn 300 en antenne 75
      dus 4 op1
4 = voedingslijn 75 en antenne ook 75
      dus 1op1

-
48
http://www.iwab.nu/060_012.html
Een 50 Ohm staandegolfmeter is met coaxiale kabels van 50 Ohm opgenomen tussen een zender en een antenne.
Deze meter geeft een SWR van 20:1 aan.
Dit betekent dat:

a   zender juist is aangepast
b   zender veel vermogen levert
c   antenne juist is aangepast
d   antenne zeer slecht is aangepast

d

-
49
http://www.iwab.nu/H6_099.html
De zender heeft een ingebouwde staandegolf (SWR )meter.
Door afregeling van de antenne-aanpassingseenheid (ATU) wijst de SWR meter 1 aan.
Door het afregelen van de antenne-aanpassingseenheid:

A. is de zender juist belast  
B. is de SWR in de antennekabel veranderd
C. zijn de verliezen in de antennekabel verminderd
D. is het stralingsdiagram van de antenne veranderd

A

-
50
http://www.iwab.nu/jj_06_03_003v_008.html
De combinatie van transformator en antenne is het best aangepast aan de coaxiale kabel bij een wikkelverhouding n1 / n2:

a   1 : 6
b   1 : 1
c   1 : 2
d   2 : 1

a
De uitgang van de zender is 50 Ohm
De antenne is een ENDFED dus hoogohmig ca 2500 Ohm
n2 = Zp/Zs
n2 - 2500 / 50 = 50
n =
50 = 7
n= 7  is 1 op 7

-
51
http://www.iwab.nu/060-015.html
Om harmonischen van de zendfrequentie te onderdrukken wordt aan de coaxiale voedingslijn naar de antenne een coaxiale stub aangebracht.
Wat is juist:

a   lengte L = 33 cm; einde A = open
b   lengte L = 33 cm; einde A = kortgesloten
c   lengte L = 99 cm; einde A = open
d   lengte L = 66 cm; einde A = kortgesloten

Een stub is altijd 33 cm ?
52
http://www.iwab.nu/H6_028.html
Om een hoogohmige antenne aan te passen aan een voedingslijn met een lagere impedantie, wordt een STUB toegepast
Wat is juist?

a   lengte1= 1/2 lambda  einde A kortgesloten
b   lengte1= 1/4 lambda  einde A open
c   lengte1= 1/4 lambda  einde A kortgesloten
d   lengte1= 1/8 lambda  einde A open

c

-
53
http://www.iwab.nu/H6_036.html
Om een laagohmige antenne aan te passen aan een hoogohmige voedingslijn wordt een STUB toegepast
Wat is juist?

a   lengte 1 1/2 golflengte   einde A open
b   lengte 1 1/4 golflengte   einde A open
c   lengte 1 1/8 golflengte   einde A kortgesloten
d   lengte 1 1/4 golflengte   einde A kortgesloten

b

-
54
http://www.iwab.nu/H6_071.html
Een staandegolfmeter voor 50
? meet een staandegolfverhouding van 1 op een coaxiale kabel van 50 ? wanneer deze is afgesloten met een :

a   weerstand van 50
?
b   hoge impedantie
c   reactantie
d   kortsluiting

a

-
55
http://www.iwab.nu/H6_088.html
Een dipool antenne wordt met een 50
kabel via een antenne aanpassingseenheid (ATU) en een staandegolfmeter (SWR) met de zender verbonden.
Door afregeling van de ATU gaat de aanwijzing van de SWR-meter van 2 naar 1.
Dit komt omdat:

a   het stralingsdiagram van de antenne veranderd is
b   de SWR in de antennekabel veranderd is
c   de kabelverliezen naar de antenne verminderd zijn
d   de kabel met de antenne aangepast is op de impedantie van de SWR-meter

d

-
56 
http://www.iwab.nu/060-016.html
De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de in de zender ingebouwde staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.
Hierdoor:

a   is de lengte van de antennekabel niet meer van belang
b   is de combinatie van ATU, kabel en antenne aangepast aan de zender
c   is de kans op burenstoring verminderd
d   straalt de antennekabel niet meer

b

-
57
http://www.iwab.nu/060_008.html
Een 50
staandegolfmeter (SWR) is met 50 coaxkabels van elk 5 meter geschakeld tussen de zender en de belasting X.
In X bevindt zich een:

a   weerstand
b   kortsluiting
c   afgestemde kring
d   open einde

a
We hebben het over impedantie = altijd


-
58
http://iwab.nu/060_004.html
De coaxkabel heeft een karakteristieke impedantie van 70 Ohm en een elektrische lengte van 0.25 golf.
De staandegolfmeter (SGM), welke is gemaakt voor 50 Ohm, wijst ongeveer aan:

a   2.0
b   1.4
c   0.7
d   1.0

c
SGM= RL/Rz
= 50 / 70 = 0.7

-
59
http://www.iwab.nu/H6-175.html
De coaxkabels hebben een verlies van 3 dB per 100 meter.
Tussen zender en belasting geldt, dat het verlies in dB:

a   in opstelling 1 groter is dan in 2
b   in beide opstellingen gelijk is
c   in opstelling 2 groter is dan in 1
d   alleen afhankelijk is van het diëlectricum van de kabels

b

-
60
http://www.iwab.nu/H6-168.html
Een open (niet kortgesloten) stuk coaxiale kabel kan gebruikt worden als parallelresonantiekring indien de met een meetlat gemeten lengte:

a   een halvegolflengte lang is
b   ongeveer 30% korter is dan een halvegolflengte
c   ongeveer 30% langer is dan een halvegolflengte
d   een kwartgolflengte lang is


halvegolf   Zin = Zuit
wel de v gebruiken

--
61
http://www.iwab.nu/H6_079.html
Een gevouwen dipool voor de 2-meter band wordt volgens de figuur aangesloten.
De gebruikte coaxiale kabel (70
) heeft een isolatie van polyethyleen.
Voor een goede aanpassing bedraagt de lengte L ongeveer:

a   100 cm
b   69 cm
c   50 cm
d   38 cm

2 meter = 200 cm

200/4 = 50cm

50cm x verkortingsfator = 69cm

Extra uitleg:

Om de impedantie te transformeren wordt meestal gebruik gemaakt van een ¼ golf kabel.
In deze opstelling wordt gebruik gemaakt van een ½ golflengte kabel.
Normaal gesproken spiegelt de kabel de ingangs- en uitgangsimpedantie maar nu zorgt de ½ golflengte voor een fasedraaiing van 180º.
Door de verhouding tussen de symmetrische dipool (300Ω) en de asymmetrische coaxkabel (75Ω) krijg je een verhouding van
300:75 = 4:1 wat een goede aanpassing is.

Een ½ golf van 2 meter = ca. 1 meter en daar komt de verkortingsfactor nog bij van ca. 0,68 = 69 cm

-
62
http://www.iwab.nu/H6_070.html
Een halve golf gevouwen dipool wordt gevoed door een 300 ohm lintlijn.
De staandegolfverhouding in de voedingslijn bij de zender bedraagt ongeveer:

a   2
b   1
c   4
d   8

b
Een gevouwen dipool = 300 ohm
De lintkabel ook
er veranderd dus niets , blijft 300 ohm

-
63
http://www.iwab.nu/H6_084.html
De lengte van de coaxiale kabel is willekeurig.
De zender is optimaal aangepast bij een wikkelverhouding van nprim :nsec is:

a   1:2
b   1:1
c   6:1
d   2:1

b

Impedantie van een open dipool is 75Ω en de kabel is ook 75Ω.
Dit is een ½ golf open dipool antenne:
De impedantie van deze antenne is afhankelijk van de golflengte,
dus 300/14,1MHz (f) = 21,27 m en 10,5m is dus een ½ golf lengte.
Antenne is dus laagohmig en 1:1
Zonder trafo kan uiteraard ook maar met trafo voorkom je mantelstroom en aanpassing

-
64
http://www.iwab.nu/H6_103.html
In dezelfde coaxkabel is de verzwakking van een 2-metersignaal tov de verzwakking van een 160-meter signaal:

a   afhankelijk van het zendvermogen
b   even groot in beiden banden
c   groter voor signalen in de 2-meterband
d   kleiner voor signalen in de 2-meterband

c
hoe hoger de frequentie hoe meer demping
70cn verzwakt meer dan 2 mater

-
65
http://www.iwab.nu/H6_090.html
In welke figuur is de aanpassing juist?

a   1
b   3
c   2
d   4

d
1=   75 naar 300    =1op4
2=   600 naar 300 = 1op2
3=   75 naar 75     = 1op1 , dus geen aanpassing
4=   75 naar 75     = 1op1

-
66
http://www.iwab.nu/H6_078.html
De juiste manier om een coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van 75
met een halvegolf dipool te verbinden is:

a   figuur 2
b   figuur 1
c   figuur 3
d   figuur 4

d
Leuke vraag maar pas op   !!

Figuur 1:
Dit is een 1:4 balun, die transformeert 4x omlaag --> dus van ca.75 ohm naar ongeveer 19 ohm: Valt af.

Figuur 2:
Dit lijkt te kloppen, echter is de dipool symmetrisch en de coaxkabel asymmetrisch en dat moet middels een BalUn worden aangepast om HF mantelstromen op de buitenmantel van de coax te dempen. Valt af.

Figuur 3:
Dit is een gesloten dipool van 300 ohm aangesloten op 75 ohm coaxkabel, dat komt niet overeen én ook hier is geen aanpassing van symmetrisch naar asymmetrisch. Valt af

Figuur 4:
Heeft een zgn. 'Bazooka' aanpassing in dit geval, om precies te zijn is het een Pawsey Stub.
Dit is een kwart golf stuk van dezelfde soort coaxkabel als de voedingslijn waarvan de alleen de mantel is aangesloten met boven een verbinding met de dipoolhelft die aan de kern van de voedingslijn is aangesloten en onder (een 1/4 golflengte verder) aan de buitenmantel van de voedingslijn is aangesloten.
Bij deze methode ontstaat boven aan de kabel een hoge impedantie voor hoogfrequent en wordt voorkomen dat er (mantel)stroom langs de buitenkant van de kabel omlaag vloeit.
De binnen geleider wordt niet gebruikt en dus speelt de verkortingsfactor ook geen rol.

Bij figuur 4 hebben we een 75 ohm dipool met 75 ohm coax voedingslijn én tevens een balun: Antwoord correct.

-
67
http://www.iwab.nu/024-013.html
De lengte en de diameter van een stuk koperdraad worden beide gehalveerd.
De weerstand tussen de einden van de draad

a   verandert niet
b   wordt 2x zo groot
c   wordt 2x zo klein
d   wordt 4x zo klein

b
Stel de lengte = 10 meter         wordt 5 meter
       de diameter = 10               wordt 5

A = 1/4π x d2
A = 1/4π x 102 = 78.5               wordt A = 1/4π x  52 = 19.6

R = rho x l / A
R = rho x 10 / 78.5 = 127 mOhm          wordt   R = rho x 5 / 19.6 = 255 mOhm

255 / 127 = 2
dus 2x groter

-
68
http://www.iwab.nu/H6_085.html
De meter geeft een staandegolfverhouding (SWR) van 3 aan.
De staandegolfverhouding op de kabel kan worden verkleind door:

a   aanpassing tussen de zendereindtrap en de kabel te verbeteren
b   de aanpassing tussen de antenne en de kabel te verbeteren
c   tussen zender en meter een pi-filter op te nemen
d   tussen meter en kabel een pi-filter op te nemen

b
69
http://www.iwab.nu/H6-196.html
Een balun wordt toegepast om

a   de impedantie van de voedingskabel te veranderen
b   van een a-symmetrische kabel over te gaan naar een symmetrische antenne
c   de ohmse weerstand van de voedingskabel te veranderen
d   de antenne impedantie te veranderen

b

-
70
http://www.iwab.nu/H6_020.html
Het doel van een balun in een antennesysteem is het

a   vergroten van de staandegolfverhouding
b   beschermen van het antennesysteem tegen blikseminslag
c   vermindering van de uitstraling van harmonischen
d   voorkomen van mantelstromen op de kabel

d

-
71
http://www.iwab.nu/jj_06_03_003v_003.html
Een balun met een impedantie-transformatieverhouding van 1op4 wordt toegepast om:

a   het richteffect te verbeteren
b   de antenne op de juiste frequentie in resonantie te brengen
c   een gevouwen dipool van 300 Ohm aan een coaxkabel van 75 Ohm aan te passen
d   een 300 Ohm dipool aan een 300 Ohm open  voedingslijn aan te passen

c

-
72
http://www.iwab.nu/jj_06_03_003v_012.html
Een halvegolf gevouwen dipool wordt via een balun in het midden gevoed door een coaxiale kabel van 75 ohm.
Voor goede aanpassing heeft de balun tussen kabel en antenne een impedantieverhouding van:

a   1:2
b   1:1
c   1:4
d   2:1

c
73
http://www.iwab.nu/H6_087.html
Een golfpijp is een:

a   geleider voor electro-magnetische golven
b   coaxiale kabel met rechthoekige doorsnede
c   UHF laagdoorlaatfilter
d   bepaald type UHF-antenne

a

-
74
http://www.iwab.nu/H6_100.html
Voor een golfpijp geldt dat deze:

A. signalen op elke frequentie kan transporteren
B. signalen beneden een bepaalde grensfrequentie kan transporteren
C. signalen boven een bepaalde grensfrequentie kan transporteren
D. alleen ongemoduleerde signalen kan transporteren

C

-
75
http://www.iwab.nu/H6_004.html
Een ronde golfgeleider [golfpijp] heeft een inwendige diameter van 10 cm
Om hoogfrequente energie te kunnen transporteren moet de golflengte van het signaal

a   groter dan 20 cm zijn
b   gelijk aan 20 cm zijn
c   kleinder dan 20 cm zijn
d   de golflengte is niet van belang

c
Als dit 20cm is, past er precies een halve gollf in
of hogere freq, wordt de golflengte korter
76
http://www.iwab.nu/H3-177.html
Dit pifilter . dat tussen de eindtrap van een zender en de antenne is geschakeld ,
heeft onder andere als effect dat

a   de eindtrap wordt geneutroniseers
b   over modulatie wordt voorkomen
c   harmonischen worden onderdrukt
d   het zendvermogen wordt gestabiliseerd

c
de harmonischen worden onderdrukt
77
http://www.iwab.nu/H6_005.html
Een schakeling om mantelstromen tegen te gaan is

a   schakeling 3
b   schakeling 2
c   schakeling 1
d   schakeling 4

d

-